Een jaar met corona: ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona

9-3-2021 mensen op brug in park

Het SCP deed onderzoek op basis van gegevens in de periode tot en met november 2020, dus voor de lockdown van december 2020 en de avondklok in januari 2021. Corona heeft grote gevolgen voor het dagelijks leven van mensen. In het algemeen ging het in het najaar van 2020 ondanks deze gevolgen goed. Gemiddeld waren de gevolgen voor het psychisch welbevinden en de eenzaamheid van de Nederlanders beperkt. Bij specifieke groepen zijn echter wel nadrukkelijkere gevolgen zichtbaar. Zo daalde het psychisch welbevinden vooral bij jongvolwassenen, nam de emotionele eenzaamheid met name bij ouderen toe en steeg de werkloosheid vooral bij jongvolwassenen, mensen met een niet-westerse migratieachtergrond en laagopgeleiden. Zelfstandigen en mensen die op het moment van de bevraging werkzoekend waren, hebben relatief vaak een inkomensachteruitgang meegemaakt.

Lange termijn effecten op volksgezondheid

Op de langere termijn worden gevolgen van corona voor volksgezondheid beter zichtbaar. Er zijn negatieve effecten van de crisis (door bijvoorbeeld de gevolgen van een coronabesmetting, maar ook uitstel van behandelingen, minder bewegen tijdens lockdown) maar ook positieve (meer rust, schonere lucht en minder ongevallen en verspreiding van andere infecties) te verwachten. Het bevorderen van een gezonde leefstijl en een gezonde leefomgeving kan een effectieve manier zijn om gezondheidsschade door een pandemie als deze in de toekomst te beperken.

Pyschisch welbevinden

Jongvolwassenen (onder wie studenten) hebben vaker een laag psychisch welbevinden en zijn minder tevreden met hun leven dan voor corona. Ook onder mensen die corona van dichtbij meemaakten of extra risico lopen als ze het virus krijgen, was het aandeel met een laag psychisch welbevinden groter en zij waren gemiddeld minder tevreden met hun leven. Daarnaast hebben mensen met dreigend baanverlies een lager welbevinden dan anderen. Mensen met een langdurig psychisch welbevinden kunnen mogelijk voor een groter beroep op de psychiatrische zorg (GGD) zorgen.

Eenzaamheid in coronatijd

Tijdens de coronapandemie zien mensen vooral hun vrienden minder. Familie bijna even vaak, uitgezonderd ouderen die minder contact hebben. Er is een toename in digitale ontmoetingen, ouderen en laagopgeleiden gebruiken digitale hulpmiddelen minder dan jongvolwassenen en hoogopgeleiden. Ondanks de impact van de coronamaatregelen op sociale contacten, was de verandering in het aandeel mensen dat zich eenzaam voelt beperkt. Vooral de emotionele eenzaamheid nam toe, met name bij 70-plussers. Ook jongvolwassenen zijn vaak eenzaam.

Vooral flexibele banen verdwenen

De werkloosheid steeg sterk in 2020, maar minder sterk dan verwacht. Verwachting is dat de werkloosheid in 2021 verder oploopt. Steunmaatregelen beperkten het werkgelegenheidsverlies, maar mensen met een tijdelijk of flexibel contract profiteren hier minder van. Vooral flexibele banen zijn verdwenen. Er is aandacht nodig voor kwetsbare beroepen op de arbeidsmarkt. Mensen uit kwetsbare groepen werken bovengemiddeld vaak in flexibel dienstverband: jongvolwassenen, laagopgeleiden, mensen met een niet-westerse achtergrond, met een arbeidsbeperking, en/of een laag inkomen. De groepen zijn nu dan ook bovengemiddeld vaak werkloos geworden.

Leerachterstanden leidt tot meer ongelijkheid tussen kinderen

Daarbij valt op dat kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status en kinderen op scholen in buurten met veel mensen van niet-westerse herkomst, het hoogste risico lopen op leerachterstanden ten gevolgen van thuisonderwijs. Een risico op intergenerationele uitkeringsafhankelijkheid en armoede tekent zich daarmee af. Het sluiten van scholen leidt tot leerachterstanden en meer ongelijkheid tussen kinderen. Kinderen met lage sociaaleconomische status liepen de grootste leerachterstanden op. Dit is zorgelijk, het prestatieniveau aan het einde van de basisschool bepaalt voor een groot deel welk onderwijsniveau mensen uiteindelijk weten te bereiken. Bovendien was opwaartse bijstelling van het schooladvies door een goede eindtoets niet mogelijk. De schooladviezen vielen daardoor lager uit, en dat was sterker het geval onder kinderen uit lagere dan hogere sociaaleconomische milieus.

Het saamhorigheidsgevoel van het begin van de crisis lijkt weg

Het sociaal vertrouwen nam begin van de crisis toe, maar daarna daalde het. Er is een kleine groep bij wie het vertrouwen sterk daalde, dit zijn vooral mensen die zichzelf extra kwetsbaar vinden. Er is veel solidariteit met zorgmedewerkers. Mensen die zich niet aan de maatregelen houden kunnen niet op steun rekenen. Het saamhorigheidsgevoel van het begin van de crisis lijkt weg. Wrijving tussen sociale groepen is toegenomen, tussen oud en jong en tussen zieke en gezonde mensen. Jongeren lopen veel minder gezondheidsrisico, maar worden door ouderen verantwoordelijk gesteld voor corona-infecties. Ook andere groepen lopen kans op uitsluiting. Participatie is tijdens de coronacrisis op veel terreinen afgenomen. Dit kan structurele gevolgen hebben voor de sociale infrastructuur waar de Nederlandse maatschappij op draait, en uiteindelijk voor de sociale cohesie en het sociaal vertrouwen; als mensen elkaar niet ontmoeten, zijn zij immers minder snel geneigd elkaar te waarderen en te vertrouwen.

Terug naar nieuwsoverzicht